Virusverspreider

Het satijnen korset snijdt in mijn rug.
Mijn nieuwe schoenen knellen.
En toch voel ik alleen die jubel in mijn buik.

De ambtenaar van de burgerlijke stand vraagt:

Iemand bezwaar? Spreek nu, of zwijg voor eeuwig.

Was het altijd maar zo overduidelijk.

Waarom spreken sommige mensen zich nooit uit?

Pieter is extravert. Hij babbelt makkelijk, geeft je een klap op je schouder en werpt je in het voorbij gaan een grap toe. Pieter is een echte allemansvriend, een sfeermaker. Hij is makkelijk enthousiast te krijgen en als hij ontevreden is laat hij dat merken. Alleen niet bij jou of in de desbetreffende vergadering.

Pieter: In de vergadering? Ben jij gek? Wat zullen ze wel niet van mij denken? Dan krijg ik de stempel van ‘negatieveling’ en dan vindt niemand me meer aardig.

Sussen helpt niet. Hij heeft een hele voorraad argumenten: wie ben ik om, het heeft toch geen enkele zin of: ik ben altijd degene die lastige dingen bespreekbaar moet maken.

Maar Pieter heeft een uitlaatklep. Hij praat na de vergadering met een collega, in de wandelgangen. Ze luistert naar zijn zorgen, klachten en irritaties.

En hij praat met nog een collega.
En nog één.

Het gaat rond als een virus.

Karin, daarentegen, gaat juist nog minder praten. Ze trekt zich liever terug en gaat zich meer concentreren op haar taak. Ze laat alles dat buiten haar blikveld valt soepel langs zich heen glijden. In de fronsen op haar voorhoofd staat: do not disturb.

I get the point. Hoe zorg ik er dan voor dat mijn mensen zich op het juiste moment uitspreken?
Sommige medewerkers zijn bang voor de consequenties en zien er geen winst in om hun ideeën, zorgen, kritische noten en gespotte tegenstrijdigheden te delen. Ze vinden het de prijs niet waard en ze voelen zich kwetsbaar.

Vraag jezelf af:

• Hoe merkt jouw medewerker dat het zinvol is als hij iets inbrengt?
• Hoe merkt jouw medewerker dat het veilig is dat hij iets zegt?

Laat zien dat je iets doet met de input van je medewerkers, wijs ze op niet gecheckte aannames maar veeg niets van tafel, druk het elkaar uitlachen de kop in, onderzoek hun zorgen, hun irritaties, vraag door en luister, luister, luister.

Luisteren?
Moet je eens even horen Nancy, Ik heb zowat de Nobelprijs gewonnen voor mijn onderzoek vaardigheden, ik kan een televisieprogramma beginnen met de rijdende biechtstoel en ik heb al een lintje voor mijn humanistische grondhouding. En nóg hoor ik via via dat ik belangrijke zaken onbesproken laat. Ik geef het op.

Ok. Als manager kun je niet méér doen dan dat. Dan zit de angst wellicht verankerd in de organisatiecultuur maar vinden mensen bij jou een veilige haven. Dan zit het probleem in de medewerker zelf.

Maar wat doe ik dan?
• Benoem het patroon dat je ziet en wijs je medewerker steeds op wat hij er mee wint als hij zijn irritaties bespreekbaar maakt. Maar let op: Erkennen, horen en serieus nemen is iets anders dan altijd maar gelijk geven.
• Wijs hem op de negatieve effecten die het ventileren van zijn onvrede heeft, als hij het op de verkeerde plaatsen doet en bij de verkeerde mensen.
• Leer hem wat wel de juiste momenten en de juiste plekken zijn om zijn zorgen te benoemen.
• Maak onderscheid tussen incidenten en patronen. Een keertje lekker mopperen in de koffiecorner moet kunnen. Maar dat iemand zich stelselmatig negatief uitlaat over de gang van zaken accepteer je niet.

En wat als hij niet verandert?
Gaat hij vrolijk verder met het verspreiden van het virus het deugt hier niet? Dan breekt nu de tijd aan om een grens te trekken. Sommige mensen hebben baat bij een slachtofferrol, maar daar hoeft het team of de organisatie niet de prijs voor te betalen. Vertel hem duidelijk waarom er een consequentie is. En vertel dat ook aan je team.

Je medewerkers zullen je dankbaar zijn.
Je lintje komt eraan.

Geen reactie's

Geef een reactie