De lachspiegel

Zo. Jij bent lelijk.

Ik draai mijn hoofd om te kunnen zien wie dat zei.

Het is een ventje van 9. En hij rent niet eens weg.

Irritant.

Ik sta bij de Beekse Bergen voor een lachspiegel en check of hij gelijk heeft. Alle verhoudingen zijn zoek, dat zie ik ook wel.

Zo gaat het ook met zelfreflectie op de werkvloer. Het kan zijn dat jij jezelf anders ziet dan je manager. En dat kan vervelend zijn.

Waarom is zelfreflectie belangrijk?
Weten wie je bent, en hoe je overkomt, helpt. Als je je eigen waarden kent en voelt, helpt je dat bij het maken van keuzes. Zelfinzicht geeft je interne stevigheid: een soort van spalkje voor je hart. Maar pas op: je kan dat vermogen alleen gebruiken als je kunt accepteren wat je ziet. Een voorbeeld:

Ik praat veel.

Ja ja, dat weet ik best wel 😉

En soms ben ik ook langdradig.

Dat wil ik niet (last). Maar het is wel zo (acceptatie).

Ik wil goed kunnen luisteren. En ook dat kan ik. Als ik rustig en helemaal aanwezig ben. Omdat ik bereid ben om in te zien dat ik teveel praat, hóór ik het wanneer ik doorschiet en teveel ga ratelen. Dan kan ik terugschakelen. Als ik het niet te druk heb met praten, tenminste.

Ja lekker dan. Die negatieve eigenschappen moeten toch weg?
Wees niet zo streng voor jezelf. Eigenschappen zijn niet duaal (of-of) maar polair (en-en): door mijn chaotische inslag heb ik bijvoorbeeld de neiging te gaan ordenen. Koester beide kanten. We denken dat ons karakter vastligt, maar we zijn vloeibaar. Blijf dus uit de buurt van zwartwitte opvattingen over goede en slechte eigenschappen, dat maakt zelfreflectie ook makkelijker.

Kun je dat ontwikkelen dan, zelfreflectie?
Jazeker. Met humor, met mensen om je heen die het lef heb hebben om te zeggen wat ze zien, en met toegankelijkheid.

Een vriendin van mij klaagt steevast over haar dochter Minke: Ze vertelt bijna nooit iets, ze is niet assertief genoeg en ik krijg geen écht contact met haar. We zitten aan de keukentafel met een verse bak koffie. Ik leg mijn hand op haar hand en vraag zacht: En welk aandeel heb jij daarin?

En dat helpt al?
Soms wel. En soms is de vraag op dat moment te moeilijk om te verwerken. Dan krijg ik een boel ja-maars te horen. Ja-maars zijn de beschermheren van het ego. Wat dan in werking treedt is cognitieve dissonantie: mijn vriendin praat recht wat krom is. Omdat het dan weer klopt in haar hoofd. En al snel gelooft ze er heilig in.

Ook dan kan een vraag haar weer verder helpen: wat heb je nodig zodat jij iets anders kunt doen of laten waardoor je wel met haar in contact te komt? Die vraag beschuldigt niet en beoordeelt niet: de enige intentie is om te helpen.

En wat als het toch niet helpt?
In zo’n geval zoek je iemand die je stelselmatig spiegelt. Een coach of een leidinggevende of een mentor die je vertrouwt. Vraag welk gedrag zij van je zien. Wat doe je, of laat je? Hoe ziet je non-verbale communicatie er uit? Welke woorden gebruik je?

Als hulpmiddel kun je modellen gebruiken als die van Bateson of de cognitieve schakel (gebeurtenis – gedachte-gevoel-gedrag-gevolg). Geef samen betekenis aan je gedrag en bekijk met elkaar wat de gevolgen er van zijn. Formuleer hoe jij het wel zou willen.

HR kan je wegwijs maken in de jungle van instrumenten die het proces van zelfreflectie kunnen ondersteunen. Zoals een assessment, een 360 feedback of reflectieverslagen. Maar heb geduld, er is geen quick fix.

En wat als ik geen zelfreflectie kan plegen?
Dat kun je wel.

Iedereen is in staat tot zelfreflectie. De mate waarin verschilt sterk per persoon, maar is te ontwikkelen. En je hersenen zijn plastisch: je bent als mens altijd in staat om nieuwe dingen te leren. De vraag is niet kan ik het? maar wil ik het?.

Pfff. Kan ik het niet zelf doen?
Nee. Want in je eentje navelstaren helpt niet. Iedereen heeft blinde vlekken: delen in jezelf die voor anderen bekend zijn, maar voor jou niet. Je hebt dus iemand anders nodig. Maar wees zorgvuldig in je keuze. Je wil een mentor die je een warm hart toedraagt, geen brutaal, irritant ventje van negen.

Geen reactie's

Geef een reactie